Een van de belangrijkste redenen is de grote impact die een luchtlek heeft op de thermische isolatie. Isolatie moet het warmtetransport beperken. Warmtetransport wordt vooral gerealiseerd door convectie, het is de beweging van de lucht die de warmte verspreid. In thermische isolatie wordt lucht (of een ander gas) vastgehouden in kleine kamers, 'poriën' zodat deze bewegingsvrijheid geminimaliseerd wordt. Het is bijgevolg enkel stilstaande lucht die effectief isoleert. Of simpelweg: isolatie is stilstaande lucht.
Een luchtlek in de buitenschil laat dus warmtetransport toe. Lucht kan bewegen door de isolatie waardoor deze laatste geen
(of toch veel minder) stilstaande lucht bevat.
Onderzoek door het Institut für Bauphysik te Stuttgart (DBZ 12/98, p.1639 e.v.)
toonde aan dat de potentiële gevolgen van luchtlekken voor de isolatie enorm kunnen zijn. Zij beschouwden 1 m²
isolatie van 14 cm dik (?-waarde van ongeveer 0,04 W/(m.K)) met een luchtscherm, waarin een kier van 1 mm breed zit.
De theoretische U-waarde (isolerende waarde, hoe lager, hoe beter) van de isolatie zonder kier bedraagt 0,3 W/m.K.
De aanwezigheid van de kier van 1 mm zorgt er echter voor dat de werkelijke U-waarde 1,44 W/m.K bedraagt.
De isolerende waarde van de opbouw verslechtert dus met een factor 4,8!
Concreet betekent dit bvb. dat doorheen een niet-luchtdicht dak van 65 m², geïsoleerd met 14 cm isolatie, meer warmte verloren gaat dan doorheen een wel luchtdicht dak van ruim 300 m² met een zelfde isolatiedikte. Een luchtdichte gebouwenschil zorgt dat de warmte in huis blijft en niet via luchtlekken naar buiten ontsnapt.
Lees hier hoe u bouwschade kunt vermijden
